Afschaffen voorrangsregel is nefast voor het Brussels Nederlandstalig onderwijs

Door Liesbet Dhaene op 23 maart 2016, over deze onderwerpen: Onderwijs, Onderwijs in Brussel
Het opinieartikel zoals het verscheen in de krant Brussel Deze Week op 23 maart

Al jaren krijgen kinderen van Nederlandskundige ouders in Brussel voorrang in het Brussels Nederlandstalig secundair onderwijs. De Brusselse partijen Open VLD, CD&V, SP.A en Groen willen daar komaf mee maken. Een foute keuze, vindt N-VA-parlementslid Liesbet Dhaene.

Waarom werd de voorrangsregel eigenlijk ingevoerd? En waarom is er juist nu zoveel bezwaar tegen de voorrangsregel? Aan de basis ligt het tekort aan plaatsen in het Nederlandstalig Brussels onderwijs. Anderstaligen kiezen voor de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs, en vooral ook omdat hun kinderen op die manier tweetalig worden. Het Franstalig onderwijs staat – bij monde van Défi-minister Gosuin – voor “ééntalige leerlingen en een ticket naar werkloosheid”. Zolang Franstalige scholen hun (taal)onderwijs niet verbeteren, blijft de capaciteitsdruk in het Nederlandstalig onderwijs nijpend. En het ziet er niet goed uit: in het grote hervormingsplan van minister van Onderwijs van de Franse Gemeenschap, Joëlle Milquet (CDH), wordt er nauwelijks aandacht besteed aan het taalonderwijs, laat staan aan de kennis van het Nederlands.

Pedagogisch doel

En dus zag de voorrangsregel het licht. “Nederlandstalige ouders die hun kinderen niet ingeschreven krijgen in de school van hun buurt vanwege de toevloed anderstaligen: dat kan je niet uitleggen”, aldus Guy Vanhengel (Open VLD) nog in 2003.

Dat leerlingen voorrang krijgen op basis van kenmerken van hun ouders, is niet uitzonderlijk. Denk maar aan de voorrang voor kinderen van het onderwijzend personeel van de school. Ook de sociale mix binnen scholen wordt gerealiseerd op basis van de kenmerken van de ouders van de kinderen.

Maar de voorrangsregel heeft ook een belangrijk pedagogisch doel. Minder dan de helft van de leerlingen in Brussel komt uit een Nederlandstalig of taalgemengd gezin. In tegenstelling tot elders in Vlaanderen, is Frans in Brussel de lingua franca. De meerderheid van de leerlingen komt dus enkel op school in contact met het Nederlands. De gevolgen bleken duidelijk uit het laatste rapport van de onderwijsinspectie: de taalachterstand van de leerlingen maakt het de scholen moeilijk de leerplannen voor vele vakken te halen. Het lerarenverloop is torenhoog. In die context dragen de Nederlandstalige leerlingen letterlijk bij tot de draagkracht van de school ten voordele van de anderstalige leerlingen. Bovendien zijn de Nederlandstalige leerlingen ‘oefenmaatjes’ voor hun anderstalige mede-leerlingen. De taalachterstand verdwijnt niet “plots” in het secundair onderwijs: het gemiddeld taalniveau van een leerling van het eerste secundair onderwijs in Brussel, ligt op het niveau van het vierde leerjaar in Vlaanderen.

Bovendien is de voorrangsregel niet enkel beperkt tot ‘Vlaamse’ ouders. Iedereen die voor het Nederlandstalig onderwijs kiest, en daarbij ook de moeite doet om Nederlands te leren, kan gebruik maken van de voorrangsregel. Ook dit heeft een pedagogisch doel: zonder ouders is er geen goed onderwijs in Brussel, en dat geldt zowel voor het basis- als voor het secundair onderwijs. Ouders die hun kinderen kunnen helpen met schooltaken, ouders die kunnen communiceren met de leraar en de directie, ouders die kunnen bijdragen tot een algemeen schoolklimaat dat ten goede komt aan alle leerlingen.

Dat de voorrangsregel bij de meerderheid van de politieke partijen als evident werd beschouwd, bleek uit het verhogen van het vereiste niveau van Nederlands net voor de verkiezingen van mei 2014. Voordien werd taalniveau B1 gevraagd, maar in praktijk bleek dit maar een gebrekkige kennis van het Nederlands. En het feit dat mensen die nauwelijks Nederlands spraken evenveel recht hadden op de voorrangsregel als diegenen die het Nederlands als moedertaal hadden of die het Nederlands vlot beheersten, werd als oneerlijk aangevoeld.

Waarom is de voorrangsregel nu dan wel zo’n probleem? Plots werd duidelijk dat ouders die in het basisonderwijs voorrang hadden gekregen op basis van een gebrekkige kennis van het Nederlands, voor het secundair onderwijs een beter niveau Nederlands moesten aantonen om opnieuw voorrang te krijgen. Problematisch, zo bleek. De Vlaamse meerderheid kwam aan deze verzuchting tegemoet en gaf ouders een jaar langer om het vereiste niveau te halen. De betreffende ouders hebben dus in totaal acht tot elf jaar de tijd gehad om de schooltaal van hun kinderen te leren.

Toch bleek ook dit onvoldoende voor de Brusselse partijen Open VLD, SP.A, CD&V en Groen: nauwelijks drie maanden nadat men in Vlaanderen dit bijkomend jaar goedkeurde, stemden deze partijen voor een resolutie die de afschaffing van de voorrangsregel in het secundair onderwijs tot gevolg heeft. Een resolutie die – gelukkig – in Vlaanderen weggestemd werd.

Hoe durven ze?

Is het schrijnend dat leerlingen die het basisonderwijs in het Nederlands hebben gevolgd, geen plaats krijgen in het Nederlandstalig secundair onderwijs? Natuurlijk wel! Voor N-VA verdient ieder kind dat dit wil, een plaats in het Nederlandstalig onderwijs. Het succes van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel is onmiskenbaar de sleutel naar meer Nederlands in Brussel. Daarom steunt N-VA volmondig de Vlaamse inspanningen voor capaciteitsuitbreiding van het Brussels Nederlandstalig onderwijs.

Maar de voorrangsregel afschaffen is nefast. Omwille van de pedagogische voordelen. Maar ook met het oog op het draagvlak binnen Vlaanderen om te blijven investeren in het Brussels onderwijs. De bedragen zijn niet min en onlangs werd nog eens 30 miljoen euro extra ingezet voor Brussel. Het minste wat kan gevraagd worden van de Brusselse partijen is dat ze niet ten strijde trekken tegen een regel die ervoor zorgt dat Nederlandstaligen en diegenen die zich richten tot de Vlaamse Gemeenschap – door Nederlands te leren – toch zeker worden opgenomen in het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Maar ook de Franse Gemeenschap – nochtans aan de basis van de enorme uitdagingen van het Brussels Nederlandstalig onderwijs – laat zich niet onbetuigd. Die is naar het Grondwettelijk Hof getrokken met het oog op de vernietiging van de voorrangsregel in het secundair onderwijs. Comment ont-ils osé!?

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is